Tenderscoor
Voor opdrachtgeversVoor inschrijvers

Merkneutraliteit en merkvoorkeur in AV-aanbestedingen

Wanneer mag een opdrachtgever een merk noemen, wat betekent "of gelijkwaardig", en hoe herken je verkapte merksturing in een AV-bestek?

7 min leestijd · laatst geverifieerd 29 juni 2026

In een Europese aanbesteding mag een opdrachtgever een merk, type, fabrikant of herkomst alleen noemen als de opdracht niet op een andere manier nauwkeurig genoeg te omschrijven is — en dán altijd met de toevoeging “of gelijkwaardig” plus toetsbare gelijkwaardigheidscriteria (art. 2.76 lid 4 Aanbestedingswet 2012). Een merk- of typenummer zónder “of gelijkwaardig” is een hard gebrek. Het uitgangspunt is dat specificaties functioneel of prestatiegericht worden beschreven (art. 2.75). Let op: ook losse, op zichzelf neutrale eisen die sámen feitelijk maar één merk overlaten, schenden de merkneutraliteit — dat heet cumulatie.

Wat de wet zegt: functioneel beschrijven is de hoofdregel

Technische specificaties moeten alle inschrijvers gelijke toegang geven en mogen de mededinging niet ongerechtvaardigd belemmeren (art. 2.75 Aanbestedingswet 2012). De hoofdregel is daarom: beschrijf wat je nodig hebt in termen van functie en prestatie, niet welk product je wilt. Een merk, type, octrooi of herkomst verwijzen naar een specifieke onderneming en knijpen de markt dicht — dat mag alleen bij hoge uitzondering.

Die uitzondering staat in art. 2.76 lid 4: een merk of type mag uitsluitend genoemd worden wanneer de opdracht anders niet voldoende nauwkeurig en begrijpelijk te omschrijven is, en dan altijdmet de woorden “of gelijkwaardig”. De opdrachtgever moet bovendien aangeven hóé hij gelijkwaardigheid toetst. Ontbreekt “of gelijkwaardig” bij een merk- of typeaanduiding, dan is dat geen schoonheidsfoutje maar een hard gebrek waarop de aanbesteding kan sneuvelen.

Wanneer een merk noemen wél verdedigbaar is

Een merknaam is niet per definitie verboden. Hij is verdedigbaar wanneer (1) de opdracht objectief niet anders te omschrijven valt, (2) “of gelijkwaardig” erbij staat, en (3) er toetsbare gelijkwaardigheidscriteria zijn waaraan een alternatief product gemeten wordt. In de AV-praktijk is dat zelden nodig: helderheid (cd/m²), resolutie, responstijd, open koppelvlakken en protocollen, garantie- en service-eisen laten zich prima functioneel beschrijven zónder een fabrikant te noemen.

De sluipmoordenaars: cumulatie en sturing via de gunning

Verkapte merksturing zit zelden in één expliciete merknaam. Twee patronen zijn veel gevaarlijker omdat ze onschuldig ogen:

Cumulatie. Losse specificaties die elk op zichzelf neutraal en redelijk lijken, maar die sámen feitelijk maar één merk overlaten. De toets is niet de losse eis maar de eisenset als geheel: leidt de optelsom tot precies één leverbaar product, dan is de merkneutraliteit alsnog geschonden.

Sturing verschoven naar de gunningscriteria. Een uniek kenmerk van één fabrikant als harde knock-out-minimumeis opnemen is disproportioneel: het sluit de rest uit nog vóór de inhoudelijke vergelijking. Een sterkte hoort thuis in de gunning — waar concurrenten mógen meedoen maar de beste partij beter scoort — niet als uitsluitende eis.

Vuistregel voor beide kanten van de tafel: minimumeis = wat de markt aankan én de klant écht nodig heeft; gunningscriterium = de ruimte waar een aanbieder mag uitblinken.

Is de opdracht functioneel of prestatiegericht te omschrijven? (art. 2.75)
✔ Houdbaar beschrijf functioneel (prestatie, norm, protocol) en noem geen merk.
Uitzondering (art. 2.76 lid 4): een merk noemen mág, maar alléén mét
· de toevoeging “of gelijkwaardig”
· toetsbare gelijkwaardigheidscriteria
Laat de eisenset als geheel nog meerdere merken toe? (cumulatie-toets)
Ja
✔ Houdbaar de merkvermelding is verdedigbaar.
Nee — één merk blijft over
✘ Sturend de merkneutraliteit is alsnog geschonden (cumulatie).
Beslislogica op basis van art. 2.75–2.76 Aanbestedingswet 2012. Let op: een uniek kenmerk van één fabrikant hoort thuis in de gunning, niet als harde minimumeis (art. 1.10).

Voor opdrachtgevers: een AV-uitvraag die standhoudt

Wil je een aanbesteding opzetten die niet wordt aangevochten, toets dan elke eis aan vier normen:

  • Proportionaliteit (art. 1.10 + Gids Proportionaliteit): staan de eisen in redelijke verhouding tot de opdracht? Een omzeteis van meer dan circa 300% van de opdrachtwaarde of een referentie groter dan de opdracht zelf is een rode vlag die het MKB onnodig uitsluit.
  • Gelijke behandeling en transparantie(art. 1.8 + 1.9): voorwaarden duidelijk, precies en ondubbelzinnig en vooraf kenbaar — geen criterium dat “alle kanten op kan” (HvJ EU Succhi di Frutta).
  • Merkneutraliteit(art. 2.75–2.76): functioneel beschrijven; een merk alleen mét “of gelijkwaardig”; en de eisenset als geheel toetsen op cumulatie.
  • Non-discriminatie: geen lokale of geografische bevoordeling en geen eisen die in de praktijk maar één leverancier bedienen.

Adviseert een leverancier mee aan de uitvraag en wil hij later zelf inschrijven? Dan ontstaat een voorsprong door betrokkenheid bij de voorbereiding (HvJ EU Fabricom C-21/03; art. 2.51). Die voorsprong moet worden geneutraliseerd — deel alle input transparant met de hele markt, hanteer een ruime inschrijftermijn, of doe vooraf een formele marktconsultatie (art. 2.25). Gebeurt dat niet, dan dreigt uitsluiting én aantasting van de hele aanbesteding.

Voor inschrijvers: merksturing herkennen en op tijd aankaarten

Zie je een bestek dat naar één merk ruikt, dan is het tijdpad cruciaal. Een kenbaar gebrek dat je niet tijdig — via de Nota van Inlichtingen — aankaart, kun je later in een kort geding in beginsel niet meer aanvoeren. Dat is de Grossmann-leer (rechtsverwerking): van een inschrijver wordt een proactieve houding verwacht.

  • Stel je een merknaam zónder “of gelijkwaardig” vast, of een eisenset die op cumulatie wijst, stel dan een verhelderende of corrigerende NvI-vraag(verzoek om functionele herformulering of toevoeging van “of gelijkwaardig”).
  • Goed nieuws: kritische vragen stellen en tóch inschrijven leidt in beginsel niet tot rechtsverwerking (Hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2022:1150). Een scherpe, tijdige vraag is juist een bewijsstuk dat je proactief was.
  • De stukken worden uitgelegd naar hun objectieve betekenis: zoals een behoorlijk geïnformeerde, normaal oplettende inschrijver ze redelijkerwijs moest begrijpen — niet zoals één partij ze achteraf wil lezen (SIAC C-19/00; Borta C-298/15).
  • Wint een concurrent met een product dat aantoonbaar niet aan een harde eis voldoet, dan moet een niet-besteksconforme inschrijving terzijde (Storebaelt C-243/89). Je hoeft geen sluitend bewijs te leveren, maar wél gerede twijfel aannemelijk maken — een blote stelling is onvoldoende.

Zelftest: vijf formuleringen die neutraal lijken — maar de toets niet halen

De meeste sturing is niet kwaad bedoeld; ze sluipt in zinnen die functioneel klínken. Leg je eigen bestek (of het bestek waarop je inschrijft) naast deze vijf patronen:

  1. “Gelijkwaardig aan merk X”, zónder objectieve gelijkwaardigheidscriteria. Het woord “gelijkwaardig” alleen is niet genoeg — art. 2.76 lid 4 verlangt óók toetsbare criteria waaraan een alternatief wordt gemeten. Ontbreken die, dan is het nog steeds sturend.
  2. “Compatibel met het bestaande [merk]-platform”. Een merkgebonden eis vermomd als integratie-eis. Beschrijf het koppelvlak of protocol functioneel (welke standaard, welk dataformaat), niet het merk (art. 2.75–2.76).
  3. Losse specs die sámen één model overlaten — bijvoorbeeld een exacte afmeting, één specifieke chip én een uniek poorttype. Elk los verdedigbaar, samen cumulatie: de eisenset als geheel schendt de merkneutraliteit.
  4. Een uniek kenmerk van één fabrikant als harde minimumeis.Disproportioneel (art. 1.10): het sluit de rest uit nog vóór de vergelijking. Beloon zo’n sterkte in de gunning, niet als knock-out.
  5. Een referentie-eis groter dan de opdracht zelf, of een omzeteis boven circa 300%. Een proportionaliteitsgebrek dat het MKB onnodig uitsluit (art. 1.10 + Gids Proportionaliteit).

Herken je je eigen bestek in een van deze? Dan is het geen detail — het is precies de bijzin waar een concurrent later op aanvalt, of waar je als inschrijver een tijdige NvI-vraag op moet stellen.

Bronnen

  • Art. 1.8, 1.9, 1.10 Aanbestedingswet 2012 (gelijke behandeling, transparantie, proportionaliteit) — wetten.overheid.nl
  • Art. 2.75–2.76 Aanbestedingswet 2012 (technische specificaties; merkneutraliteit, lid 4 “of gelijkwaardig”)
  • HvJ EU Succhi di Frutta C-496/99, ECLI:EU:C:2004:236 — transparantie: duidelijk, precies, ondubbelzinnig
  • HvJ EU SIAC C-19/00, ECLI:EU:C:2001:432; HvJ EU Borta C-298/15, ECLI:EU:C:2017:266 — objectieve uitleg van de stukken
  • HvJ EU Storebaelt C-243/89, ECLI:EU:C:1993:257 — niet-besteksconforme inschrijving terzijde
  • Art. 2.113a lid 2 Aanbestedingswet 2012; Rb. Gelderland ECLI:NL:RBGEL:2018:2449 — “gerede twijfel” over de winnende inschrijving
  • HvJ EU Grossmann C-230/02, ECLI:EU:C:2004:93; Hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2022:1150 — proactief klagen / rechtsverwerking
  • HvJ EU Fabricom C-21/03, ECLI:EU:C:2005:127; art. 2.25 + 2.51 Aanbestedingswet 2012 — betrokkenheid bij de voorbereiding
  • PIANOo, Gids Proportionaliteit — proportionaliteit van eisen en criteria

Verder lezen

Hoe wij dit onderbouwen. De juridische regels op deze pagina zijn gecontroleerd tegen onze geverifieerde aanbestedingsrecht-kennislaag en geverifieerde primaire bronnen (Aanbestedingswet 2012 via wetten.overheid.nl, PIANOo, de Commissie van Aanbestedingsexperts, TenderNed-statistieken en rechtspraak via ECLI) — en per artikel mens-geverifieerd vóór publicatie. We citeren alleen vindplaatsen die we hebben gecontroleerd en verzinnen geen jurisprudentie. Lees onze volledige methodiek.

Laatst inhoudelijk geverifieerd op 29 juni 2026. Klopt er iets niet of is het recht veranderd? Mail info@teachyou.nl — we corrigeren.

Dit is informatieve uitleg, geen juridisch advies. Laat bij een concreet geschil of vóór een kort geding altijd een aanbestedingsjurist meekijken.